Mazzel

Wat hebben we toch een mazzel. Het is prachtig weer als we de berg op klimmen. De zon schijnt, het is helder, en dus kun je ver kijken. Halverwege en op de top is het uitzicht schitterend. We zien het dorp waar we gisteren vertrokken zijn, en een deel van de route die we gelopen hebben.


Na een laatste blik achterom, trekken we ons los en lopen we aan de andere kant van de berg weer naar beneden. Met een iets ander landschap, even mooi. Op naar het volgende dorp waar, als we een beetje doorlopen, de bar nog open is en we kunnen lunchen. We genieten van cappuccino, espresso, thee en een stoel om bij te komen van de heftige klim. De picknicklunch smaakt ons goed.

Na een uur vertrekken we weer. Het betrekt. De zon verdwijnt, er komen wolken, het wordt donker. Ach, even doorlopen. De weerapp geeft aan dat het nu nog niet gaat regenen. Na zo’n tien minuten toch maar even wat voorzorgsmaatregelen nemen en regenkleding aantrekken. Er valt een enkele drup. Maar als we nog geen kwartier onderweg zijn, dan begint het echt te regenen. Onder de bomen hebben we in eerste instantie nog niet zo door hoe hard. Dan begint het ook te rommelen. Voor ons is de lucht nog opgeklaard, we lopen door. En dan stoppen de vogels met fluiten, wordt het stil, komt de regen met bakken uit de hemel en begint het te flitsen. “Kom op, we gaan terug”, zeg ik. “Dit is niet verantwoord. We moeten zo over een open veld lopen.” En dus keren we weer terug naar het dorp waar we net vandaan kwamen. Nu moeten we echter weer omhoog klimmen. Elk dorp ligt uiteraard op een heuvel. Inmiddels behoorlijk doorweekt, schuilen we onder het balkon van een huis. De onweersbui zit recht boven ons. Het pad waar we net nog over liepen, verandert van een stroompje in een riviertje.

“Als er wat is, bel je hè”, had Maurizio vanmorgen nog gezegd. Dit lijkt me het juiste moment daarvoor. Het regent en onweert te hard, en het is niet helemaal duidelijk wanneer het ophoudt. Ik vis van onder mijn regenjas mijn telefoon tevoorschijn, en stuur met natte vingers Maurizio een appje. “We lopen terug naar het dorp. Kun je ons op komen halen?” Ik wacht het antwoord niet af, pruts de telefoon weer onder mijn regenjas en we lopen terug naar boven. Daar aangekomen, kijk ik waar we het beste kunnen zitten: in de bushalte, misschien nog bij de bar. Toet toet! “Everdiene!” De auto die aan komt rijden, stopt. Het raampje wordt opengedraaid, en dan zie ik wie het zijn: Maria en Rita. Vriendinnen van elkaar en bij wie ik, als ik alleen ben, slaap. In het voormalig kippenhok van Maria of in het huisje van waaibomenhout van Rita. Beide komen uit de auto gesneld. Ik word omhelsd, gezoend en geaaid. En als ik de groep voorstel, krijgen ook zij een warm onthaal. Wat een toeval is dit; als wij nog iets langer geschuild hadden, waren we elkaar misgelopen. Maar volgens Maria was deze ontmoeting voorbestemd.

En dus wordt Maurizio gebeld om te zeggen dat hij niet hoeft te komen. Maria en Rita brengen ons naar het volgende dorp. De rugzakken worden in de kofferbak gepropt, de groep propt zich op de achterbank inclusief wandelstokken, ik zit voorin en Maria zit achter het stuur. Inmiddels is het droog geworden, en rijden we naar het volgende dorp. Maurizio staat daar al met de auto. Wij rollen een voor een uit de auto. Iedereen wordt weer omhelsd en gekust door iedereen, alsof ze elkaar jaren niet gezien hebben. Ik weet echter dat dat nog geen week geleden is, want daar was ik zelf bij. Even later voegt Simonetta, de echtgenoot van Maurizio zich ook toe. En opnieuw hetzelfde welkomstritueel.

“Het is net alsof we in een film zitten.”, zegt een van de deelnemers. De rest beaamt dat. Met een grote glimlach op ons gezicht genieten we nog even na van deze bijzondere ontmoeting.

Ga mee naar Italië met het programma Rust & Tijd of Aandacht & Rust.

Vorige
Vorige

Te lang, te zwaar, te eng, te gevaarlijk, te moeilijk, te …?

Volgende
Volgende

Geluksvogel