Te lang, te zwaar, te eng, te gevaarlijk, te moeilijk, te …?
We raken toch niet de weg kwijt hè? Het is toch niet te lang, te zwaar, te eng, te saai, te gevaarlijk, te onbegaanbaar, te moeilijk, te spectaculair, te avontuurlijk, te onveilig, te riskant, te …? Logisch hoor dat je die vragen stelt. Zeker als je nog niet eerder zo lang hebt gelopen. Het antwoord is: zeker niet.
—
Er zijn hier en daar fysieke uitdagingen. Maar je hoeft geen topsporter te zijn om mee te kunnen. Italië is niet vlak en dus moet je af en toe klimmen en dalen. Maar we gaan niet het hooggebergte in. Het moet voor iedereen met een basisconditie bereikbaar zijn, waarbij je, naast wandelstokken, geen extra (klim)materialen nodig hebt.
Oh, zul je je misschien afvragen, hoe gaat de ontwikkeling dan van een programma? Dat is verschillend. De ene keer start ik vanuit de accommodatie of de wandelingen, een andere keer vanuit een benedictijns thema. Het is altijd proberen, zoeken, wikken en wegen. Deel twee van een driedelige serie. Deel een kun je hier lezen.
Wat als de accommodatie het startpunt is? In Lazio heb ik bijvoorbeeld een prachtige locatie in een natuurpark gevonden. Het is er stil, de natuur is prachtig, en de eigenaren zijn uitermate vriendelijk. Vanuit het hostel ga ik op zoek naar geschikte wandelingen. En dat is niet altijd eenvoudig. Er zijn bestaande wandelingen uitgezet door de CAI, de alpinistenclub. Die worden echter niet altijd goed bijgehouden. Daar liep ik in het najaar tegenaan. Op de kaart en met GPS had ik iets moois uitgezocht.
Dag 1
Bepakt en bezakt ga ik op pad. Hm, het eerst stuk is wat banjeren door het struikgewas, maar ik zie een ander pad dat wat makkelijker is; dat is goed op te lossen. Ik loop een paar kilometer door een mooi bos. Ik heb ineens verrassend een prachtig uitzicht over de heuvels en kom daarna op een open veld. Volgens de GPS loopt het pad iets na de top naar links. Oh nee, ik ben al iets te ver doorgelopen. Even terug. Oh nee, te ver terug. Hè? Waar is dat pad? Ik zie alleen maar bomen en struiken die een eventueel pad onzichtbaar en onbegaanbaar maken. Nog een keer. Beetje inzoomen op de kaart. Ja hier zou ik naar links moeten. Nee, dat kan niet. Zie ik ergens de rood-witte markering? Nee, ook niet. Ik kan met geen mogelijkheid iets vinden wat ook maar een beetje op een pad lijkt. Het is één groot, volledig begroeid, ondoordringbaar struikgewas. En na een half uur heen en weer gelopen te hebben, ben ik er helemaal klaar mee. Wat nou pad. Wat nou rood-witte markering. Zak erin. Ik ga terug. En wel zo snel mogelijk. Want vond ik het in het begin een prachtig pad, met een mooi uitzicht, een fantastische heuvel, rustig en stil zonder ook maar een mens tegen te komen, vind ik er nu helemaal niets meer aan, voel ik me hier niet fijn, en vliegt het me ineens aan. Raar fenomeen, wat gedachten met je kunnen doen; je gaat erin geloven en worden leidend. Maar, ook de terugweg kan ik ineens niet meer vinden. Waar is het pad gebleven? Het laatste stuk heen was wat lastig te vinden. Door het bos en de heuvels kan mijn telefoon de locatie niet altijd goed vinden. Ik kan ik de terugweg niet meer terugvinden en blijf wat in rondjes heen en weer lopen. En als ik lichte paniek voel opkomen, preek ik mezelf vermanend toe: “Everdien, doe even normaal!”. En dan zie ik ook de markering weer. Gelukkig. Met grote passen loop ik in sneltreinvaart terug. Dit is dus niks.
Dag 2
De volgende dag een nieuwe poging met een ander pad. Het eerste deel ken ik en is prachtig. Daarna heb ik de keuze: naar rechts of naar links. Rechts blijkt al snel net zo onbegaanbaar te zijn als gisteren. Daar heb ik mijn buik vol van. Naar links dan? Ziet er prima uit, loopt goed, dit lijkt wat te worden. En wat neuriënd en genietend loop ik relaxed over de ‘strada bianca’. Maar na een paar kilometer sta ik voor een hek. Het is afgesloten, met een ketting en een slot. Wat nu? Rechts van het hek is een afrastering met prikkeldraad. Ik ga op zoek naar een gat. Helaas. Ik zou natuurlijk met veel capriolen over het hek heen kunnen klimmen. Ik bestudeer nog even hoe ik dat zou kunnen doen. Met rugzak en al eroverheen, of eerst mijn rugzak eroverheen gooien en dan ikzelf. Maar wat als dat niet lukt? Als mijn rugzak al aan de andere kant ligt en ik nog steeds aan deze kant sta? Niet verstandig. Hé, ik kan er ook onderdoor. Zo gezegd, zo gedaan. Rugzak af, die onder het hek doorschuiven, zelf als een limbodanseres op mijn rug eronderdoor, stof afkloppen, rugzak weer op en tevreden, voldaan en lichtelijk trots ga ik verder.
Hm, niet te vroeg juichen. Dat hek stond er natuurlijk niet voor niets. Ik blijk me op een privé bedrijventerrein te bevinden dat door honden bewaakt wordt. Niet fijn! Helemaal niet fijn zelfs! Die waakhonden zijn over het algemeen echt waaks. Om te voorkomen dat ik een gevecht moet aangaan met een stelletje bloedhonden, om te voorkomen dat ik volledig verscheurd word, en dat ik dit niet meer kan navertellen, trek ik (voor zover dat met een rugzak op gaat) direct een sprintje over het terrein naar het volgende hek. Wel #*@ &># Natuurlijk! Ook dicht. Ik word er een beetje zenuwachtig van. Ik hoor de honden, maar zie ze (nog) niet. Zelfde ritueel: rugzak af, onder het hek doorschuiven, zelf op mijn rug er ook onderdoor, stof afkloppen, rugzak weer op en verder. Pfff, ik heb het vege lijf gered. Nee, deze wandeling is ook niet echt geschikt.
En zo gaat het bijna de hele week.
Dag 3
Mooie wandeling, maar met te veel hoogteverschillen en daarom veel te zwaar.
Dag 4
Prachtig, maar meer dan 25 km en dus veel te lang.
Dag 5
Prima heenweg, maareh, hoe kom ik terug? Hm, dat blijkt dus alleen over dezelfde weg terug te kunnen. Da’s een beetje saai.
Dag 6
Het pad blijkt onbegaanbaar te zijn en dus loop je vrijwel de hele weg op asfalt.
Volgend jaar maar weer opnieuw uitproberen en verder op zoek.