Wanneer stop jij?
Wanneer stop jij? Als de tijd voorbij is of als je taak af is? Waarschijnlijk het laatste.
We stoppen het liefst als onze taak af, de opdracht volbracht, of de activiteit afgerond is. Logisch. Dat geeft een tevreden gevoel, en je kunt iets van je to-do-lijstje strepen. Hoe meer afgestreepte vinkjes, hoe tevredener we zijn. Het geeft ons het idee dat we écht iets gedaan hebben. Misschien herken je dat wel.
—
Eén probleem: we plannen steevast te weinig tijd in voor een taak, en dus zijn we er altijd langer mee bezig dan we willen.
Bovendien komt er nooit een eind aan je to-do-lijst. Je streept één ding af en er komen er twee voor terug. Sterker nog: je lijst wordt alleen maar langer. Er is gewoon te veel dat je moet doen. Hoe dat komt? Over het algemeen heb je weinig tot geen controle over wat erop komt. Je hebt dus alleen de keuze hoe je daarmee omgaat.
Wat nu als je je zou laten leiden door de tijd?
Dat doe je meestal alleen bij een spelletje of wedstrijd. Denk bijvoorbeeld aan televisiespelletjes of de duur van een sportwedstrijd. Als er een competitie-element in zit, vinden we dat nog wel leuk; in alle andere gevallen wat minder. De maximumtijd die je krijgt voor een examen bijvoorbeeld geeft vaak stress.
De wekker is er ook zo een. Die waarschuwt je ’s morgens dat het tijd is om op te staan, en dat je dus moet stoppen met slapen. Voor velen ook niet prettig.
De bel, scheidsrechter of wekker geven aan dat de tijd voorbij is, en dat je moet stoppen met waar je mee bezig was. En dat is ingewikkeld. We willen graag nog even iets afmaken. Daar zit echter een groot risico aan.
We gaan te lang door
Als het ene klusje af is, ben je voordat je het weet aan je volgende klusje begonnen. Het is net als met het lezen van een spannend boek. “Nog even het hoofdstuk uitlezen en dan stop ik.” Het hoofdstuk eindigt echter altijd op een spannend moment en dus lees je de volgende bladzijde van het nieuwe hoofdstuk ook nog maar even. Bingewatchen van je favoriete serie werkt net zo.
Als het tijd is om te stoppen, te eten, te slapen, te iets-anders-gaan-doen, ga je gewoon door. “Ik zit er net zo lekker in.” Je gaat door ten koste van rusten, slapen, leuke dingen doen, niks doen, uit je neus eten, voor je uit staren, je vervelen.
Kloosterlingen kunnen ons op dat gebied veel leren
Kloosterlingen stoppen als de klok luidt. Ze stoppen met werken als het tijd is om te bidden. En ze stoppen met bidden als het tijd is om te werken. Niks stoppen omdat iets af moet, nee, stoppen omdat het tijd is.
Bedenk de volgende keer dus dat je niet moet stoppen met waar je mee bezig was, maar dat het tijd is om met iets anders te beginnen.
Misschien moet je ook eens ’s avonds een wekker zetten om je te waarschuwen dat het tijd is om te gaan slapen.
Wil jij meer rust en meer tijd?
Ga mee naar Italië en loop een week mee met Rust & Tijd.