Er mankeert toch niets aan mijn benen?

“Ik heb geen stokken. Die heb ik toch ook niet nodig? Ik loop echt wel vaker hoor.” “Een beetje heuvelachtig? Kom op, mijn benen zijn stevig genoeg.”

Dat zijn zo wat uitspraken die ik hoor als ik vertel dat ik wandelstokken adviseer (en in Italië zelfs verplicht). Iedereen die wel eens met stokken gelopen heeft, begrijpt het advies en stelt er geen verdere vragen over. Ze nemen stokken mee. Nee, deze vraag komt altijd van degenen die nog nooit met stokken gelopen hebben.

Logisch hoor dat je dan vraagt of je echt wel stokken nodig hebt

Je loopt altijd zonder en je hebt ze nog nooit gemist, dus waarom zou je ze nu wel ineens gebruiken? Je loopt vaker langere stukken. Je hebt bovendien geen idee hoe je die dingen moet gebruiken; ze zullen je waarschijnlijk alleen maar tot last zijn. En om eerlijk te zijn, maar dat durf je niet hardop te zeggen, vind je het een beetje bejaard, want met jouw benen is toch zeker niets mis.

Begrijp ik; heb ik ook altijd gevonden

Toen ik naar Rome liep, had ik stokken mee, maar tot de Grote Sint-Bernhardspas niet gebruikt. Daarna heb ik ze toch maar eens van mijn rugzak gehaald. De eerste paar kilometer heb ik ermee lopen worstelen. Ik moest enorm nadenken: linkerbeen en rechterstok naar voren; het leek zo tegennatuurlijk. En dan ineens vond ik het ritme. Linkerbeen en rechterstok naar voren. Rechterbeen en linkerstok naar voren. Linkerbeen en rechterstok naar voren. Rechterbeen en linkerstok naar voren.

En toen was ik om

Sindsdien loop ik altijd met stokken, of ik nou in de bergen loop of vlak, op een bospad of asfalt, aan het begin van de dag of aan het eind. Ik loop er de hele dag mee. Waarom? Stokken hebben nogal wat voordelen.

Stokken zorgen voor balans

Veel wandelpaden zijn onregelmatig. Er zijn paden met gaten, kuilen, losse stenen en plassen. Met je stokken kun je je evenwicht bewaren. Als je moe wordt, til je je voeten niet goed meer op, ga je wat sloffen en worden deze onregelmatigheden een nog groter obstakel. Daar komt bij dat je met een rugzak op wat topzwaar wordt en dus sneller omkukelt.

Ze ontlasten je knieën

Je stokken nemen de belasting over. Je armspieren nemen een deel van je beenspieren over. Beter voor je benen, en je traint tegelijkertijd je armen. Het spaart echt energie.

Je krijgt geen dikke vingers

Zonder stokken hangen je armen de hele dag naar beneden en gebruik je de spieren in je handen niet. Daardoor stroomt het bloed minder makkelijk terug en zwellen je vingers op en worden ze stijf.  

Je kunt in plassen peuren

Niet alleen om de ondergrond te voelen (kleiig waarop je uitglijdt, moerassig waar je doorheen zakt of stenig zonder grote problemen), maar ook de diepte van de plas. Zo kom je minder voor verrassingen te staan.

Kortom, neem dit advies ter harte. En mocht het nodig zijn, dan heb ik extra wandelstokken te leen.

Vorige
Vorige

Hersenen hebben baat bij rust en regelmaat

Volgende
Volgende

Over wulpse dames, kloosters en benedictijnen